Over de medezeggenschap

Medezeggenschap in een notendop

Als studentraadslid vertegenwoordig je de studenten op jouw onderwijsinstelling. Jouw werk is daarom ontzettend belangrijk! Als stem van de student houdt jij je bezig met beleidsstukken, begrotingen, en overleg je regelmatig met het College van Bestuur. Dit zijn zaken die je niet zomaar doet en daarom is het ISO er voor jou! Het ISO wilt dat de medezeggenschap in het hoger onderwijs zo goed mogelijk uitgerust is om haar taak goed uit te kunnen voeren. Het ISO deelt daarom graag haar kennis en ervaring. Dit doet zij door middel van het jaarlijkse inwerkweekend, trainingen, werkgroepavonden, position papers, informatieboekjes, en de website!

Als medezeggenschapper vertegenwoordig je de belangen van (een deel van) de studenten aan je onderwijsinstelling. Medezeggenschap is verankerd in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). Medezeggenschappers zijn gesprekspartner van het bestuur van (een onderdeel van) de onderwijsinstelling en daarmee de horizontale verantwoording. Middels onder andere het adviesrecht en het instemmingsrecht kan de medezeggenschap invloed uitoefenen op het te voeren beleid van de onderwijsinstelling.

Binnen de medezeggenschap zijn twee verschillende vormen mogelijk op zowel centraal als decentraal niveau. De medezeggenschap op decentraal niveau volgt het systeem van medezeggenschap op centraal niveau.

Ook wordt er onderscheid gemaakt in een gedeeld en een ongedeeld systeem. Bij een gedeeld systeem is er één raad voor de studentengeleding en één raad voor de personeelsgeleding. Beide raden vormen samen de gezamenlijke vergadering. Bij een ongedeelde raad zijn de personeels- en studentengeleding gecombineerd in een raad en dus niet gescheiden.

Centraal en decentraal

Medezeggenschap speelt zich af op één of meerdere niveaus. Iedere hoger onderwijsinstelling heeft ten minste een Universiteitsraad of een centrale raad. Deze raad is de gesprekspartner van het College van Bestuur (CvB). Het College van Bestuur stelt de raad ten minste eenmaal per jaar schriftelijk in kennis van het door hem gevoerde beleid en van de beleidsvoornemens voor het komende jaar op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied. Wanneer de onderwijsinstelling uit meer dan één faculteit of academie bestaat hebben de faculteiten een faculteitsraad of deelraad. Deze raad is de gesprekspartner van de decaan en/of het faculteitsbestuur.

Opleidingscommissies

De opleidingscommissie is per september 2017 officieel een medezeggenschapsorgaan geworden (WvB). Opleidingscommissies hebben nu instemmingsrecht op een aantal onderdelen van de Onderwijs- en examenregeling (OER) waar voorheen de OC enkel de mogelijkheid had advies te geven. De nieuwe WvB betekent ook dat OC-leden voortaan door verkiezingen moeten worden verkozen, en niet langer alleen door de opleidingsdirecteur. Uitzonderingen hierop zijn mogelijk (als de faculteitsraad dit bijvoorbeeld besluit). Ook heeft de OC:

  • instemmingsrecht op de manier van evalueren van het onderwijs
  • recht op informatie waarvan de OC zelf vindt dat zij die nodig heeft
  • recht op initiatief. Dit betekent dat de directeur van de opleiding binnen twee maanden moet reageren op het initiatief van de OC
  • recht om de decaan of het opleidingsbestuur minimaal twee keer per jaar ter verantwoording te roepen om het voorgenomen beleid te bespreken

Veelgestelde vragen

Wijkt de medezeggenschap van een bijzondere universiteit af van andere universiteiten?

Dat is mogelijk. Bijzondere universiteiten volgen in principe de gewone regels maar het College van Bestuur van een bijzondere universiteit kan regels vaststellen, over onder andere de inrichting van de medezeggenschap, die afwijken van de regels bij andere universiteiten. Deze afwijkende regels moeten worden voorgelegd aan de minister.

 

Gelden voor alle universiteiten dezelfde regels?

Nee, we kennen in Nederland drie bijzondere universiteiten. Deze universiteiten kunnen andere regels rondom medezeggenschap hebben. De drie bijzondere universiteiten zijn Vrije Universiteit Amsterdam, Tilburg University en de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast mogen ook de levensbeschouwelijke Universiteiten afwijken. Dit zijn de Theologische universiteiten in Kampen en Apeldoorn en Humanistiek in Utrecht. Wijkt de medezeggenschap van een bijzondere universiteit af van andere universiteiten?

Dat is mogelijk. Bijzondere universiteiten volgen in principe de gewone regels maar het College van Bestuur van een bijzondere universiteit kan regels vaststellen, over onder andere de inrichting van de medezeggenschap, die afwijken van de regels bij andere universiteiten. Deze afwijkende regels moeten worden voorgelegd aan de minister.

 

Hoe kom ik erachter of medezeggenschap iets voor mij is?

Om een indruk te krijgen hoe het er aan toe gaat bij jou onderwijsinstelling kun je een raadsvergadering bijwonen, mits deze openbaar is. De vergaderdata kun je in de meeste gevallen vinden op de website van jouw onderwijsinstelling. Daarnaast is het ook aan te raden om huidige of oud-raadsleden te spreken.

 

Hoe lang is een termijn in de medezeggenschap?

De zittingsduur van de leden van de centrale-/universiteitsraad is vastgesteld in het reglement van de raad, formeel het medezeggenschapsreglement genoemd. Het College van Bestuur stelt dit reglement vast. Dit reglement moet bij het vaststellen of wijzigen worden voorgelegd aan de betreffende raad. Pas wanneer twee derde van de raad instemt met het reglement is het geldig.
De zittingsduur van de leden van de faculteitsraad is vastgesteld in het faculteitsreglement. De faculteitsraad heeft instemmingsrecht bij een eventuele wijziging van het faculteitsreglement.

 

Hoe kan ik een medezeggenschapper worden?

De zetels in de centrale- & universiteitsraad en de deel- / faculteitsraad worden middels verkiezingen gevuld. De onderwijsinstelling is verplicht om verkiezingen te organiseren. Allereerst dien je jezelf op persoonlijke titel verkiesbaar te stellen. Afhankelijk van hoe de onderwijsinstelling de verkiezingen organiseert is het mogelijk dat je steunbetuigingen dient aan te dragen voordat je opgenomen wordt in de verkiezingslijst. Je kunt ook samen met andere kandidaten een lijst vormen. Met deze andere kandidaten sta je dan onder één lijst-naam bij de verkiezingen genoemd maar de studenten moeten nog steeds op één persoon van die lijst stemmen.

 

Hoe kan ik mij voorbereiden op verkiezingen?

Het is belangrijk om te weten wanneer de verkiezingen zijn (wanneer studenten op je kunnen stemmen). Zorg er voor dat studenten al van te voren weten waarom ze op jou moeten stemmen. Je kunt middels flyers en posters je doelen voor als je in de raad komt bekend maken. Ook via social media kun je studenten activeren om op jou te gaan stemmen. Op deze manier maak je mensen gelijk bewust van het feit dat de verkiezingen er aan komen. Wanneer je samen met anderen op een lijst staat kun je ook gezamenlijk campagne voeren. Tijdens de verkiezingen werkt het direct aanspreken van studenten erg goed. Bereid daarom een korte elevator pitch voor en oefen hem van tevoren.

 

Hoe kan ik mij voorbereiden op een raadsjaar?

Een handige manier om er achter te komen waar de raad mee bezig is, is het lezen van jaarverslagen die de centrale-/ universiteitsraad verplicht is op te stellen en toegankelijk moet maken. Ook universitaire faculteitsraden moeten een dergelijk verslag maken. Deze verslagen moeten openbaar zijn en dus voor jou in te zien.
Vaak kun je door een gesprek met een voorganger ook veel kennis op doen.
Een netwerk met andere medezeggenschapsorganen is vaak erg handig. Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met het opbouwen en uitbreiden van dit netwerk.

 

Krijg ik een vergoeding voor het medezeggenschapswerk?

Ja, het College van Bestuur stelt middelen uit het profileringsfonds beschikbaar voor de centrale-/ universiteitsraad en de eventuele faculteitsraden, deelraden en commissies. De centrale-/ universiteitsraad stelt in het reglement voor de zaken van huishoudelijke aard vast hoe deze middelen worden verdeeld.

 

Heeft mijn optreden in de medezeggenschap mogelijk negatieve gevolgen?

Het College van Bestuur draagt er volgens de wet zorg voor dat de leden van de centrale-/ universiteitsraad niet ‘uit hoofde van hun lidmaatschap daarvan worden benadeeld in hun positie met betrekking tot de universiteit’. Dit geldt tevens voor kandidaat-leden en voormalige leden van de centrale-/ universiteitsraad.
In de wet staat op dit moment niets over een soortgelijke zorg die het College van Bestuur, dan wel een decaan of faculteits-/ deelbestuur, heeft richting leden van een deel-/ faculteitsraad en/of opleidingscommissie.

Voor medezeggenschapsraden is het mogelijk om lid te worden van het ISO. Voor informatie over een lidmaatschap van het ISO én voor meer informatie over de verschillende lidorganisaties kun je altijd contact opnemen met het ISO.

Voor de lidorganisatie van het ISO in jouw stad kun je hier kijken.

Een geschil met het instellingsbestuur

Wat als het instellingsbestuur, faculteitsbestuur of decaan mijn advies niet opvolgt?

Het instellingsbestuur zorgt er voor dat de raad dan in de gelegenheid wordt gesteld om nader overleg te voeren voordat de beslissing definitief wordt genomen.

De raad heeft niet ingestemd op een onderwerp waar de raad instemmingsrecht op heeft, wat nu?

Het bestuur heeft de raad verzocht om in te stemmen en dat heeft de raad niet gedaan. Het bestuur kan er voor kiezen om het plan dusdanig aan te passen dat het wel op instemming van de raad kan rekenen. Ook kunnen ze het plan terugtrekken of om bemiddeling vragen bij een hogere instanties (voor een deel/faculteitsraad is dit het instellingsbestuur, voor de centrale-/ universiteitsraad de raad van toezicht.

Bemiddeling heeft geen oplossing gebracht, wat nu?

Wanneer de bemiddeling geen oplossing brengt, kan het bestuur een geschil aanspannen. Dit gaat middels een verzoekschrift bij de Landelijke Commissie Geschillen Hoger Onderwijs.

Wie bepaalt of je naar de geschillencommissie stapt?

Bij het toch willen doorzetten van een plan waar de medezeggenschapsraad instemmingsrecht op heeft, maar dit niet heeft gegeven, is het aan het bestuur om een geschil aan te spannen.

Wat toetst de geschillencommissie?

De geschillencommissie toetst enkel de feiten.

Welke waarde heeft het oordeel van de geschillencommissie?

Het oordeel van de geschillencommissie is bindend.

Zijn er nog opties na de geschillencommissie?

Ja, in hoger beroep gaan kan bij de Ondernemingskamer.

Wat doet de Ondernemingskamer precies?

De Ondernemingskamer kijkt niet nogmaals naar de feiten zoals de geschillencommissie dat doet maar toetst of de geschillencommissie de wet juist heeft toegepast.

Loop ik persoonlijk een risico?

Het College van Bestuur draagt er volgens de wet zorg voor dat de leden van de centrale-/ universiteitsraad niet ‘uit hoofde van hun lidmaatschap daarvan worden benadeeld in hun positie met betrekking tot de universiteit’. Dit geldt tevens voor kandidaat-leden en voormalige leden van de centrale-/ universiteitsraad.
In de wet staat niets over een soortgelijke zorg die het College van Bestuur, dan wel een decaan of faculteitsbestuur, heeft richting leden van een deel-/ faculteitsraad en/of opleidingscommissie.

Veelgestelde vragen centrale raden

Wie is de voorzitter van de raad?

De universiteitsraad moet al dan niet uit zijn midden een voorzitter kiezen en één of meerdere plaatsvervangende voorzitters. In praktijk leiden zij vaak de vergadering. Daarnaast vertegenwoordigt de voorzitter, of als deze verhinderd is een plaatsvervangende voorzitter, de raad in rechte. De voorzitter van de contrale raad wordt niet in de WHW benoemd. De procedure rondom het aanstellen van een voorzitter en zaken zoals de zittingstermijn kunnen geregeld zijn in een door de raad opgesteld reglement van huishoudelijke aard.

Hoe krijg ik een overzicht van de onderwijsinstelling waarvan ik medezeggenschapper ben?

Aan het begin van het jaar is het instellingsbestuur verplicht informatie te verstrekken over de samenstelling van het instellingsbestuur, de raad van toezicht, de organisatie binnen de onderwijsinstelling en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid. Daarnaast is er vaak materiaal beschikbaar als onderdeel van de overdracht van de vorige raad.

Kan ik zelf een onderwerp of voorstel agenderen bij het College van Bestuur?

Ja. Je kunt voorstellen doen en standpunten kenbaar maken. Het instellingsbestuur is om binnen drie maanden een schriftelijke reactie te geven aan de raad. Ook moet het instellingsbestuur de raad in de gelegenheid stellen om minimaal één keer over dit onderwerp te spreken.

Hoe vergroot ik de kans dat mijn voorstel wordt aangenomen?

Een voorstel dient aangenomen te worden met een gewone meerderheid van de raad (-> 50%). Bij een ongedeelde raad, waarbij er een gelijk aantal zetels is voor studenten en medewerkers is het dus van belang om de medewerkersgeleding mee te krijgen in je voorstel. Wanneer je de personeelsgeleding tijdig betrekt bij de ontwikkeling van je voorstel kun je samen optrekken. Je voorstel kan zo mogelijk verrijkt worden door de inbreng van de personeelsgeleding of al in een vroeg stadium op steun rekenen. Wanneer het College van Bestuur positief is over je voorstel kan hun steun een positief effect hebben op de kans dat je voorstel in de raad wordt aangenomen. Je kunt, voordat je het voorstel in de raad indient, bij het bestuur poolshoogte nemen over hoe zij over jouw onderwerp denken en kun je proberen een breed draagvlak op te bouwen. Via deze onofficiële contacten is het soms eenvoudiger om een gesprek over het voorstel te voeren en kun je werk aan een positieve reactie van het bestuur.

Hoe weet ik waarover de raad advies mag uitbrengen en waarover de raad instemmingsrecht heeft?

Het instellingsbestuur moet een reglement voor de centrale-/ universiteitsraad opstelling waarin onder andere de aangelegenheden worden vastgesteld waarop de centrale-/universiteitsraad instemmingsrecht en advies recht hebben en wat de bevoegdheden van de faculteits-/deelraden zijn. In de WHW zijn enkele onderwerpen vastgesteld waarover de medezeggenschap hoe dan ook instemmingsrecht of adviesrecht heeft. Let op! Het instemmingsrecht op (een deel van) de Onderwijs en Examen reglementen (OER) rust bij de hogeschool bij de centrale raad, tenzij de taak van het College van Bestuur naar de opleidingsdirecteur is overgedragen. Bij de universiteit ligt het instemmingsrecht op de OER bij de faculteitsraad, en bij delen van de OER bij de opleidingscommissies (link)

Is het verstandig om contact te hebben met de deel-/ faculteitsraad?

Ja. Middels een structureel overleg weet je wat er speelt op de deel-/ faculteitsraden. Regelmatig worden onderwerpen ook eerst in de deel-/ faculteitsraden besproken voordat deze in de centrale-/ universiteitsraad worden besproken. Samenwerking met de studenten van de deel-/ faculteitsraden kan dan ook je positie versterken in de centrale-/ universiteitsraad.

Hoe om te gaan met de personeelsgeleding?

Een voorstel dient aangenomen te worden met een gewone meerderheid van de gehele raad (>50%). Het is dus van belang om de medewerkersgeleding mee te krijgen in je voorstel. Wanneer je de personeelsgeleding tijdig betrekt bij de ontwikkeling van je voorstel kun je samen optrekken. Je voorstel kan zo mogelijk verrijkt worden door de inbreng van de personeelsgeleding of al in een vroeg stadium op steun rekenen.
Bij een gedeelde raad is er aan de hogeschool of universiteit een gezamenlijke raad verbonden. Deze gezamenlijke raad bestaat uit de ondernemingsraad en de centrale studentenraad.

Is er een scholingsbudget?

Het College van Bestuur stelt de leden van de centrale/universitaire raad in de gelegenheid om scholing te ontvangen. De hoeveelheid scholing dient eerst te worden afgestemd tussen de raad en het college van bestuur waarbij uit wordt gegaan van wat redelijkerwijs met het oog op het medezeggenschapswerk noodzakelijk is. Het initiatief ligt hiervoor bij de (individuele) raadsleden, omdat zij immers weten welke scholing ze nog missen.

Spreekt de universiteitsraad/medezeggenschapsraad ook met de Raad van Toezicht?

Ja, wettelijk is vastgesteld dat de universiteitsraad/medezeggenschapsraad twee keer per jaaroverleg pleegt met de Raad van Toezicht van de onderwijsinstelling.

Op welke informatie heb ik recht?

Een medezeggenschapsorgaan heeft recht op alle informatie die de raad redelijkerwijs nodig heeft om zijn taak te vervullen. Wanneer het medezeggenschapsorgaan bepaalde informatie relevant vindt maar die niet ontvangt, kan het orgaan daar nogmaals om verzoeken en staat uiteindelijk ook de weg naar de geschillencommissie open.
Aan het begin van het jaar is het instellingsbestuur verplicht informatie te verstrekken over de samenstelling van het instellingsbestuur, de raad van toezicht, de organisatie binnen de universiteit en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid.
Het College van Bestuur stelt de raad ten minste eenmaal per jaar schriftelijk in kennis van het door hem in het afgelopen jaar gevoerde beleid en van de beleidsvoornemens voor het komende jaar op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied. In het geval van een voorgenomen fusie op een hogeschool heeft de centrale raad recht om kennis te nemen van de opgestelde fusie-effectrapportage bedoeld in artikel 16.16a, tweede lid onder b.

Hoe vaak heb ik recht op een officiële centrale-/ universiteitsraadsvergadering?

Het instellingsbestuur moet de centrale-/ universiteitsraad minimaal twee keer per jaar in de gelegenheid stellen om de algemene gang van zaken in de onderwijsinstelling met hem te bespreken.
Daarnaast is de raad bevoegd om het instellingsbestuur ten minste twee maal per jaar uit te nodigen om het voorgenomen beleid te bespreken aan de hand van een door hem opgestelde agenda.
Ook kunnen het instellingsbestuur, de raad, de personeelsgeleding of de studentengeleding, onder opgave van redenen de raad en het college van bestuur bij elkaar laten komen.

Waar heb ik minimaal instemmingsrecht op?

Volgens de WHW heeft de centrale-/ universiteitsraad minimaal instemmingsrecht bij het vaststellen of wijzigen van:

Let op! De centrale raad van een hbo-instelling heeft ook instemmingsrecht op de onderwijs- en examenregeling zoals bedoeld in art 7.13 m.u.v. lid 2a t/m 2g tenzij deze taak naar een decentrale taak is overgezet.

Ook heeft de gezamenlijke vergadering van een hbo-instelling instemmingsrecht voor een besluit tot fusie als bedoeld in art 16.16.

Waar heb ik minimaal adviesrecht op?

Volgens de WHW heeft de centrale-/ universiteitsraad minimaal adviesrecht bij het vaststellen of wijzigen van:

  • Aangelegenheden die het voortbestaan en de goede gang van zaken binnen de onderwijsinstelling betreffen;
  • De begroting, waaruit minimaal de hoogte van het instellingscollegegeld blijkt. Wanneer de minister bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) het mogelijk maakt voor onderwijsinstellingen om ook voor honourstracks een hoger collegegeld te vragen, dan moet uit de begroting ook de hoogte van dit collegegeld blijken.
  • Het algemeen personeels- en benoemingsbeleid (enkel de studentengeleding);
  • Het beleid ten aanzien van het instellingscollegegeld en het collegegeld (enkel de studentengeleding);
  • Regeling van het instellingsbestuur ten aanzien van terugbetaling van wettelijk collegegeld (enkel de studentengeleding);
  • De regeling die het instellingsbestuur vaststelt voor de selectiecriteria en de selectieprocedure (enkel de studentengeleding);
  • De regeling die het instellingsbestuur vaststelt voor de criteria en de procedure voor dispensatie van betaling van het hogere collegegeld (enkel de studentengeleding);
  • De regels die het instellingsbestuur vaststelt met betrekking tot de selectie (enkel de studentengeleding);
  • De regels die het instellingsbestuur vaststelt met betrekking tot de studiekeuzeadviezen en –activiteiten (enkel de studentengeleding).

Daarnaast mag er ook altijd ongevraagd advies worden gegeven.

Op welk moment moet het instellingsbestuur de raad om advies vragen?

Het advies moet worden gevraagd op een zodanig tijdstip dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming. Ook moet je als raad in de gelegenheid worden gesteld om overleg met het College van Bestuur te voeren voordat het advies wordt uitgebracht.

Hoe weet ik wat het instellingsbestuur met het advies van de raad doet?

Het instellingsbestuur moet de raad zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte stellen van de wijze waarop zij aan jou advies gevolg geven.

Wat als het instellingsbestuur het advies niet of niet geheel wil volgen?

De raad wordt in de gelegenheid gesteld nader overleg met het instellingsbestuur te voeren voordat het besluit van het College van Bestuur (waarmee zij het advies dus niet of niet geheel overnemen) definitief wordt genomen.

Heb ik recht op scholing?

Ja. Het instellingsbestuur stelt de leden van de centrale/universitaire raad in de gelegenheid om scholing te ontvangen. De hoeveelheid scholing dient eerst te worden afgestemd tussen de raad en het instellingsbestuur waarbij uit wordt gegaan van wat redelijkerwijs met het oog op het medezeggenschapswerk noodzakelijk is. Het initiatief ligt hiervoor bij de (individuele) raadsleden, omdat zij immers weten welke scholing ze nog missen.

Wat zijn de verantwoordelijkheden van de raad?

  • De centrale-/ universiteitsraad bevordert naar vermogen openheid, openbaarheid en onderling overleg in de onderwijsinstelling.
  • De centrale-/ universiteitsraad moet jaarlijks een schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden maken en er voor zorgen dat deze voor iedereen in de onderwijsinstelling te lezen is.
  • De centrale-/ universiteitsraad waakt in het algemeen tegen discriminatie op welke grond dan ook en bevordert in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen en de inschakeling van personen met een handicap of chronische ziekte en allochtonen.

FAQ decentrale raden

Wie is de voorzitter van de raad?

De voorzitters van de deel-/ faculteitsraden worden niet in de WHW benoemd. De procedure rondom het aanstellen van een voorzitter en zaken zoals de zittingstermijn kunnen geregeld zijn in een door de raad opgesteld reglement van huishoudelijke aard of medezeggenschapsreglement.

Hoe krijg ik een overzicht van de onderwijsinstelling waarvan ik medezeggenschapper ben?

Aan begin van het jaar is het bestuur van een universitaire faculteit verplicht informatie te verstrekken aan de faculteitsraad over de samenstelling van het college van bestuur, de raad van toezicht, de organisatie binnen de universiteit en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid. In de WHW is niet letterlijk een soortgelijke verplichting opgenomen voor decanen of raden van bestuur in het hbo. Daarnaast is er natuurlijk veel materiaal beschikbaar zoals de overdracht van de vorige raad.

Wat zijn de regels in de raad?

In de WHW is niet opgenomen dat een deel-/ faculteitsraad een reglement van huishoudelijke aard moet opstellen zoals dit wel moet in de centrale-/ universiteitsraad. Het is wel aan te raden om een dergelijk reglement op te stellen en hierin zaken op te nemen zoals de deadline dat jij de stukken voor de volgende vergadering ontvangt, in welke vorm je de stukken ontvangt, hoe de agenda tot stand komt en bijvoorbeeld hoe jij een onderwerp in kan brengen in de raad.
Wel moet het instellingsbestuur een reglement opstellen waar onder andere in wordt vastgesteld welke bevoegdheden door de faculteits-/ deelraden worden uitgeoefend.

Kan ik zelf een onderwerp of voorstel agenderen bij de decaan of het Faculteitsbestuur?

De WHW benoemt alleen voor universitaire faculteitsraden expliciet het recht om voorstellen te doen en standpunten kenbaar te maken. De raad van Bestuur of de decaan zijn verplicht om binnen drie maanden een schriftelijke reactie te geven aan de raad. Ook moet de raad van bestuur of de decaan de faculteitsraad in de gelegenheid stellen om minimaal één keer over dit onderwerp te spreken.
In de deelraad van een hbo-instelling is het aan te raden om aan het begin van je termijn na te gaan wat de afspraken zijn wat betreft het indienen van een voorstel en het kenbaar maken van een standpunt en de wijze waarop en reactietermijn van de decaan of het bestuur.

Hoe vergroot ik de kans dat mijn voorstel wordt aangenomen?

Een voorstel dient aangenomen te worden met een gewone meerderheid van de raad (>50%). Bij een ongedeelde raad, waarbij er een gelijk aantal zetels zijn voor studenten en medewerkers is het dus van belang om de medewerkersgeleding mee te krijgen in je voorstel. Wanneer je de personeelsgeleding tijdig betrekt bij de ontwikkeling van je voorstel kun je samen optrekken. Je voorstel kan zo mogelijk verrijkt worden door de inbreng van de personeelsgeleding of al in een vroeg stadium op steun rekenen.
Wanneer de decaan of het bestuur positief is over je voorstel kan hun steun een positieve effect hebben op de kans dat je voorstel in de raad wordt aangenomen. Je kunt, voordat je het voorstel in de raad indient, bij het bestuur polshoogte nemen over hoe zij over jou onderwerp denken kun je proberen een breed draagvlak op te bouwen. Via deze onofficiële contacten is het soms eenvoudiger om een gesprek over het voorstel te voeren en kun je werken aan een positieve reactie van het bestuur of de decaan.

Hoe weet ik waarover de raad advies mag uitbrengen en waarover de raad instemmingsrecht heeft?

Het instellingsbestuur moet een reglement voor de centrale-/ universiteitsraad opstellenwaarin onder andere moet worden opgenomen wat de bevoegdheden van de faculteits-/ deelraden zijn. De universiteitsraad of centrale medezeggenschapsraad heeft hier instemmingsrecht op.
De deel-/ faculteitsraad heeft instemmingsrecht en adviesrecht over aangelegenheden die de faculteit in het bijzonder aangaan en over zaken waar de decaan of het bestuur van de faculteit bevoegdheid voor is toegekend. In het reglement van de universiteitsraad en medezeggenschapsreglement in het hbo, dat door de centrale-/ universiteitsraad moet worden ingestemd, worden tevens eventuele andere bevoegdheden opgenomen die door de deel/- faculteitsraden worden uitgeoefend.
Let op! Het instemmingsrecht op (een deel van) de Onderwijs en Examen reglementen (OER) rust bij de hogeschool bij de centrale raad en bij de universiteit bij de faculteitsraad.

Is het verstandig om contact te hebben met de centrale-/ universiteitsraad en opleidingscommissies?

Ja. Middels een structureel overleg weet je wat er speelt op de opleidingsniveau en centraal-/ universitair niveau. Sommige onderwerpen worden ook eerst in de opleidingscommissie besproken voordat ze in de deel-/ faculteitsraad worden besproken. Ook worden sommige onderwerp eerst in de deel-/ faculteitsraad besproken voordat deze in de centrale-/ universiteitsraad worden besproken. Samenwerking met de studenten van opleidingscommissies en decentrale-/ universiteitsraad kan dan ook je positie versterken in de deel-/ faculteitsraden.

Hoe om te gaan met de personeelsgeleding?

Een voorstel dient aangenomen te worden met een gewone meerderheid van de gehele raad (>50%). Het is dus van belang om de medewerkersgeleding mee te krijgen in je voorstel. Wanneer je de personeelsgeleding tijdig betrekt bij de ontwikkeling van je voorstel kun je samen optrekken. Je voorstel kan zo mogelijk verrijkt worden door de inbreng van de personeelsgeleding of al in een vroeg stadium op steun rekenen.
Bij een gedeelde raad is er aan de hogeschool of universiteit een gezamenlijke vergadering verbonden. Deze gezamenlijke vergadering bestaat uit de ondernemingsraad en de centrale studentenraad.

Is er een scholingsbudget?

De raad van bestuur of de decaan stelt de leden van de deel-/ faculteitsraad en opleidingscommissie in de gelegenheid om scholing te ontvangen. De hoeveelheid scholing dient eerst te worden afgestemd tussen de raad van bestuur of decaan en de respectievelijke faculteitsraad of opleidingscommissie waarbij uit wordt gegaan van wat redelijkerwijs met het oog op het medezeggenschapswerk noodzakelijk is. Het initiatief ligt hiervoor bij de (individuele) raadsleden, omdat zij immers weten welke scholing ze nog missen.

Op welke informatie heb ik recht?

Een universitair faculteitsbestuur of decaan is verplicht om, al dan niet gevraagd, tijdig alle informatie aan de raad te verstrekken die de raad redelijkerwijs nodig heeft om zijn taak te vervullen.
Aan het begin van het jaar en ten minste twee maal per jaar is een universitair faculteitsbestuur of decaan verplicht informatie te verstrekken over de samenstelling van de facultaire raad van bestuur, College van Bestuur, de raad van toezicht, de organisatie binnen de universiteit en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid.

In de WHW is niet letterlijk een soortgelijk recht op informatie voor deelraden op hbo-instellingen opgenomen.

Hoe vaak heb ik recht op een officiële deel-/ faculteitsraadvergadering?

Een universitair faculteitsbestuur of decaan moet de faculteitsraad minimaal twee keer per jaar in de gelegenheid stellen om de algemene gang van zaken in de onderwijsinstelling met hem te bespreken.
Daarnaast is de universitaire faculteitsraad bevoegd om het faculteitsbestuur of decaan ten minste twee maal per jaar uit te nodigen om het voorgenomen beleid te bespreken aan de hand van een door hem opgestelde agenda.
Ook stelt de WHW dat in het geval van een universitaire faculteit het faculteitsbestuur of decaan, de raad, de personeelsgeleding of de studentengeleding, onder opgave van redenen de faculteitsraad en het faculteitsbestuur of decaan bij elkaar kan laten komen.

In de WHW is niet letterlijk een soortgelijk recht voor deelraden op hbo instellingen opgenomen.

Waar heb ik minimaal instemmingsrecht op?

Volgens de WHW heeft de universitaire faculteitsraad minimaal instemmingsrecht bij het vaststellen of wijzigen van:

Daarnaast kan een deel-/ faculteitsraad instemmingsrecht hebben op onderwerpen die het desbetreffende deel van de hogeschool of de faculteit van de universiteit in het bijzonder aangaan en over onderwerpen waar de raad van bestuur of decaan bevoegd voor zijn. Dit dient te worden opgenomen in het reglement van de Universiteitsraad.

Waar kan ik nog meer instemmingsrecht op hebben?

Een universiteitsraad kan de faculteitsraden in het reglement bevoegdheden benoemen die door de faculteitsraden worden uitgeoefend. Het antwoord is dus in dit reglement te vinden.

In de WHW is niet letterlijk een soortgelijke mogelijkheid tot het vaststellen van bevoegdheden voor deelraden op hbo instellingen opgenomen.

Waar heb ik adviesrecht op?

Een deel-/ faculteitsraad kan adviesrecht hebben op onderwerpen die het desbetreffende deel van de hogeschool of de faculteit van de universiteit in het bijzonder aangaan en over onderwerpen waar de raad van bestuur of decaan bevoegd voor zijn.

Daarnaast kan het zijn dat er andere onderwerpen zijn waarover je adviesrecht hebt. Dit dient te worden opgenomen in het reglement van de centrale medezeggenschapsraad/universiteitsraad.

Heb ik recht op scholing?

Ja. Het bestuur van een hbo-instelling stelt de leden van de deelraad in de gelegenheid om scholing te ontvangen. De hoeveelheid scholing dient eerst te worden afgestemd tussen de deelraad en het college van bestuur waarbij uit wordt gegaan van wat redelijkerwijs met het oog op het medezeggenschapswerk noodzakelijk is. Het initiatief ligt hiervoor bij de (individuele) raadsleden, omdat zij immers weten welke scholing ze nog missen.

Een universitaire faculteitsraad heeft ook recht op scholing. Afwijkend van een hbo-instelling is dat bij een universitaire faculteit de decaan de leden van de faculteitsraad in de gelegenheidmoet stellen om scholing te ontvangen. De hoeveelheid scholing dient eerst te worden afgestemd tussen de faculteitsraad en de decaan waarbij uit wordt gegaan van wat redelijkerwijs met het oog op het medezeggenschapswerk noodzakelijk is. Het initiatief ligt hiervoor bij de (individuele) raadsleden, omdat zij immers weten welke scholing ze nog missen.

Wat zijn de verantwoordelijkheden van de raad?

Een universitaire faculteitsraad is verplicht om jaarlijks een schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden te maken en er voor zorg te dragen dat alle bij de universiteit betrokkenen het verslag kunnen lezen.

In de WHW is geen soortgelijk plicht tot verslaglegging voor deelraden van hbo-instellingen opgenomen.