Standpunten:

Academische vrijheid

Academische vrijheid en sociale veiligheid binnen onderwijsinstellingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Studenten en medewerkers moeten zich vrij voelen om ideeën te uiten, vragen te stellen en deel te nemen aan maatschappelijk debat zonder angst voor negatieve gevolgen. Het KNAW heeft zorgen geuit om de gesteldheid van de academische vrijheid, en Nederland is recentelijk gedaald op de Academic Freedom Index. 

Academische vrijheid is het recht van studenten, wetenschappers en instellingen om vrij te onderzoeken, te onderwijzen, te publiceren en zich uit te spreken zonder inmenging of angst voor repercussies. Dit recht berust op vijf pijlers: (1) vrijheid van onderzoek en onderwijs, (2) vrijheid van academische uitwisseling en verspreiding, (3) institutionele autonomie, (4) integriteit van de campus en (5) vrijheid van academische en culturele expressie.

Onderwijsinstellingen moeten academische vrijheid actief beschermen met samenhangende waarborgen: een laagdrempelig centraal meld- en informatiepunt, een onafhankelijk gepositioneerde ombudsfunctionaris en periodieke monitoring van signalen en ervaringen. Daarnaast is een open debatcultuur nodig, met duidelijke omgangsnormen en ondersteuning voor docenten om moeilijke gesprekken te begeleiden. Waar relevant kan een onafhankelijke ethische toetsingscommissie helpen om zorgvuldigheid en onafhankelijkheid te borgen, zodat studenten en medewerkers zich vrijer voelen om vragen te stellen en standpunten te bespreken.  

Het kunnen én durven geven van een kritisch (tegen)geluid is essentieel voor het waarborgen van de kwaliteit, diversiteit en inclusiviteit van het onderwijs.Zelfcensuur is daarom nergens acceptabel. Daarom moeten studenten op landelijk niveau worden beschermd tegen sociale of hiërarchische druk en eventuele repercussies, bijvoorbeeld door per discipline gevoelige thema’s te verkennen, het stimuleren van bewustzijn over communicatiehulpmiddelen en het bijhouden van ‘trackrecords’ waaruit structurele patronen van zelfcensuur kunnen worden gesignaleerd.

Verder pleit het ISO voor een duidelijker wettelijke definitie van academische vrijheid in de Wet op Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW), waarin ook de verantwoordelijkheden van instellingen worden vastgelegd. Daarnaast moet academische vrijheid ook in het beleid van de instelling worden verankerd. 

Om de integriteit van het onderwijs te waarborgen, pleit het ISO voor transparantie over externe en/of commerciële invloeden op onderwijsinstellingen, waarbij rekening wordt gehouden met veiligheidsoverwegingen. Instellingen dienen daarom ook transparant te zijn over nevenfuncties van bestuurders, hoogleraren en onderzoekers, zodat belangenverstrengeling kan worden voorkomen. Studenten dienen zicht te hebben om waar hun werk voor wordt gebruikt en dienen daarom rechten te behouden over hun eigen onderzoek. Bovendien pleit het ISO ervoor dat academische vrijheid alleen wordt beperkt wanneer uitingen aanzetten tot haat, geweld of discriminatie en dat de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit wordt nageleefd.  

Tot slot, pleit het ISO voor meer betrokkenheid van de medezeggenschapsraden bij het opstellen of herzien veiligheidsprotocollen, bijvoorbeeld rondom protestacties op hogescholen en universiteiten. Verder is het ISO van mening dat onderwijsinstellingen demonstraties dienen te faciliteren, zolang deze in overeenstemming zijn met de wet en rekening houden met de regels van de instelling.  

Neem contact met ons op

We helpen je graag!

Voor pers en media:
Sarah Evink


Kantoor bereikbaar tussen
09.00 en 17.00 op werkdagen:

Algemeen mailadres:

Voor facturen:

Snel contact met de juiste persoon:

Contactformulier voor algemene vragen