Standpunten:

Bekostiging van het hoger onderwijs

Algemeen

De portefeuille bekostiging draait om de manier waarop het Nederlandse hoger onderwijs gefinancierd wordt. Op dit moment bestaan de inkomsten van de Nederlandse universiteiten en hogescholen simpelweg uit drie geldstromen. Naast inkomsten uit de rijksbijdrage (de eerste en grootste geldstroom) ontvangen universiteiten middelen van de NWO en KNAW voor specifieke onderzoeksprojecten (de tweede geldstroom). De derde geldstroom bestaat uit overige inkomsten, zoals bijvoorbeeld middelen uit de EU of het bedrijfsleven. Ten slotte is het collegegeld, betaald door studenten, een bron van inkomsten. Universiteiten en hogescholen mogen een wettelijk vastgesteld collegegeld rekenen voor de opleidingen die zij aanbieden. Studenten buiten de EER-regio of studenten die een tweede studie volgen betalen het instellingscollegegeldtarief, waarvan het tarief vele malen hoger is dan het reguliere wettelijke collegegeld. 

Deze beoordeling  vindt  plaats  in vergelijkend perspectief met andere verwante opleidingen.

Studenten kunnen op drie verschillende manieren betrokken zijn bij accreditatie: ze kunnen onderdeel zijn van het visitatiepanel als studentlid, ze kunnen ondervraagd worden door het visitatiepanel, of ze kunnen bijdragen aan het studentenhoofdstuk.  

Actualiteit

De afgelopen kabinetsperiode hebben zich een aantal belangrijke ontwikkelingen voorgedaan als het gaat om de bekostiging van het hoger onderwijs. In de eerste plaats is er geld vrijgekomen van de afschaffing van de basisbeurs om te investeren in de onderwijskwaliteit (kwaliteitsgelden). Daarnaast is de bekostiging herzien, zoals afgesproken in het Regeerakkoord van 2017. Naar aanleiding van het adviesrapport van de commissie van Rijn ‘Wissels om’ zijn er een aantal veranderingen doorgevoerd in de bekostigingssystematiek. Een groter deel van de bekostiging is vastgelegd en de studentgebonden financiering is gereduceerd. Hiermee wordt getracht meer stabiliteit te creëren in de bekostiging. Ook zijn er in de afgelopen kabinetsperiode drie kostenonderzoeken uitgevoerd. Het belangrijkste onderzoek is het onderzoek naar de toereikendheid en doelmatigheid van de bekostigingssystematiek. Uit dit onderzoek bleek dat er 1,5 miljard euro nodig is voor het hoger onderwijs. 

Visie van het ISO

Het ISO staat voor toekomstbestendig hoger onderwijs en een daarbij passende onderwijsbekostiging. Mede door de grote stijging in studentenaantallen en de algehele dalende bekostiging per student ziet het ISO zorgelijke trends ontstaan. Hierdoor is de toppositie van Nederland als kennisland in de toekomst niet langer vanzelfsprekend. Nu er meermaals is aangetoond dat belangrijke knelpunten in de bekostiging niet kunnen worden opgelost met verschuivingen binnen het huidige macrobudget is het tijd om flink te gaan investeren in het hoger onderwijs. Met name in het wetenschappelijk onderwijs & onderzoek staat de onderwijskwaliteit zwaar onder druk. Studenten hebben net als instellingen baat bij een bekostigingssystematiek die stabiliteit en zekerheid biedt, zodat zij goede onderwijskwaliteit genieten en de ondersteuning kunnen krijgen die ze nodig hebben.