Standpunten:

Bindend studieadvies

Algemeen

De meeste instellingen hanteren een bindend studieadvies (BSA) voor studenten. Dit is een belangrijk middel waar vrijwel alle studenten van het hoger onderwijs mee te maken krijgen. In de wet op hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek staat beschreven dat studenten aan het eind van het eerste jaar een advies dienen te krijgen. Nergens staat echter dat de bindende factor hiervan een vereiste is.

Door de jaren heen is de BSA-norm steeds verhoogd en is het advies steeds dwingender geworden. De afgelopen jaren is er veel discussie geweest rondom het BSA. Recentelijk werd deze discussie vertegenwoordigd in de motie Westerveld, een verzoek om het BSA te vervangen door een advies dat enkel adviserend is. Volgens het ISO is het BSA niet het geschikte instrument om de juiste student op de juiste plek te krijgen.

Visie van het ISO

Het ISO is van mening dat het bindend studieadvies haar oorspronkelijke doeleinde, namelijk ervoor zorgen dat iedere student op de juiste plek komt, niet voldoende verwezenlijkt. Het ISO komt tot deze conclusie op basis van drie bezwaren:

Allereerst draagt het BSA bij aan onnodige prestatiedruk onder eerstejaarsstudenten, waardoor zij niet de kans krijgen om te wennen aan een studie.

Daarnaast leidt het BSA ertoe dat studenten nodeloos worden “rondgepompt”, d.w.z. dat bij het ontvangen van een negatief BSA een groot deel van de studenten dezelfde opleiding gaat volgen aan een andere instelling. Dit leidt alleen maar tot een minder efficient onderwijstraject, waardoor de kosten per student vergroten in plaats van verkleinen.

Tot slot ziet het ISO dat sommige opleidingen het BSA gebruiken als middel om studenten te selecteren na de poort. Dit vindt het ISO niet de bedoeling, aangezien het ISO vindt dat selectie plaats zou moeten vinden via transparante, vooraf goedgekeurde selectiemethoden.

Wat moet er gebeuren volgens het ISO?

Wij streven naar het anders inrichten van het studieadvies. Wij zijn niet per definitie tegen het stellen van een norm: dit biedt eerstejaars studenten een duidelijk doel en heeft mogelijk een motiverende werking. Echter, wanneer blijkt dat een student de norm niet gaat halen, moet dit niet automatisch leiden tot het eenzijdig afwijzen van de student. Wij vinden dat het een gesprek moet zijn tussen student en instelling. Drie alternatieven volgens ons zijn daarvoor in ieder geval geschikt:

  1. De B uit BSA: Studenten krijgen wel ee nstudieadvies, maar met een negatief advies mag een student de opleiding voortzetten. Zo is het echt een advies en blijft de keuze bij de student.
  2. Kwalitatieve normen: Geen advies op basis van behaald aantal ECTS, maar op basis van individuele (leer)doelen die de student zichzelf aan het begin van het jaar oplegt.
  3. Doorstroomnorm: Eerstejaars die onder de norm blijven hangen, hoeven de opleiding niet te verlaten. Zij worden door individuele begeleiding en met flexibiliteit van het curriculum gefaciliteerd en ondersteund om de benodigde ECTS alsnog te halen, waarna zij kunnen beginnen aan hun tweede jaar.