Standpunten:

Internationalisering

Algemeen

Internationalisering in het hoger onderwijs beslaat meerdere onderwerpen. Ten eerste gaat het over het internationaliseren van opleidingen in Nederland. Het aanbod van internationale opleidingen wordt groter en steeds meer instellingen verankeren internationalisering in hun bedrijfsvoering. Ten tweede gaat internationalisering in het hoger onderwijs over uitgaande mobiliteit. Steeds meer Nederlandse studenten gaan voor (een deel van) hun studie naar het buitenland. Daarnaast is er sprake van inkomende mobiliteit, wat inhoudt dat internationale studenten voor hun gehele studie of een deel van hun studie in Nederland gaan studeren. Als laatste gaat internationalisering ook over Europese wetgeving op het gebied van onderwijs. Ondanks dat onderwijs geen directe competentie is van de Europese Unie, is er middels harmonisatiewetgeving al veel gezamenlijk bepaald. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het erkennen van elkaars diploma’s en de algemene implementatie van de bachelor- masterstructuur.

Actualiteit

Internationalisering van het onderwijs is een heel erg actueel thema. Nuffic geeft aan dat internationalisering in bijna alle vormen, activiteiten en onderwijsinstellingen toeneemt. Universiteiten en hogescholen bieden steeds meer programma’s aan in het Engels en hebben als gevolg hiervan met elkaar afspraken gemaakt om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen. Zo hebben hogeronderwijsinstellingen afgesproken dat docenten de taal waarin ze doceren op minimaal C1 niveau moeten beheersen. Wat nog aandacht vereist is dat opleidingscommissies betrokken worden bij het opstellen van een plan en het besluit om op een anderstalige opleiding over te gaan. Daarnaast hebben hoger onderwijsinstellingen binnen Nederland de huisvesting voor internationale studenten vaak niet op orde.

Ook op politiek gebied zijn er ontwikkeling om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen. Eind 2019 is de Wet taal en toegankelijkheid aangenomen door de Tweede Kamer en is nog in afwachting van behandeling in de Eerste Kamer. De doelstelling van de wet is om toegankelijkheid en kwaliteit van het hoger onderwijs te waarborgen en de instroom van internationale studenten te beheersen. Hierin zijn een aantal belangrijke voorwaarden gesteld aan anderstalige opleidingen, van belang is dat er ook daadwerkelijk aan deze voorwaarden voldaan wordt. Daarnaast zijn er ook op Europees niveau relevante ontwikkelingen. Op dit moment wordt er invulling gegeven aan het nieuwe Erasmus+ programma, bekend van de Erasmusbeurzen waarmee veel Nederlandse studenten naar het buitenland gaan. Het Erasmus+ programma vloeit voort uit het Bologna proces, een samenwerkingsverband tussen 48 Europese landen dat zich erop richt om het hoger onderwijs in de landen dichter bij elkaar te brengen. Het stijgen van het aantal beschikbare beuren voor Nederlandse studenten en een versterkte samenwerking tussen het Europese hoger onderwijs zijn twee punten die van groot belang zijn voor het ISO.

Visie van het ISO

Het ISO heeft zich altijd uitgesproken voor de kansen van internationalisering, maar is ook altijd kritisch geweest tegenover de motieven, de snelheid, de kwaliteit en de uiteindelijke mate ervan. Om internationalisering op een verantwoorde manier te laten verlopen, moeten er concrete keuzes gemaakt worden. Een kernpunt van internationalisering blijft dat het de onderwijskwaliteit ten goede moet komen. Het internationaliseren van opleidingen in Nederland is meer dan simpelweg het veranderen van de taal, internationalisering gaat over het aanbrengen van een internationale dimensie aan het opleidingsprogramma. Daarnaast is het essentieel dat een hoger onderwijsinstelling eerst een plan op stelt met de opleidingscommissie, alvorens zij het besluit neemt om over te gaan op een anderstalige opleiding. Verder dient zij dit besluit altijd overeen te stemmen met de opleidingscommissie. Omtrent ingaande mobiliteit is het noodzakelijk dat instellingen hun randvoorwaarden op orde hebben voordat zij internationale studenten aantrekken. Het is van belang dat de internationale studenten een plek hebben om te verblijven en dat zij de kans hebben om deel te nemen aan het studentenleven. Om de vele aspecten van de internationalisering van onderwijs goed, gezamenlijk aan te pakken is het maken van een actuele integrale visie van groot belang. Betreffende uitgaande mobiliteit moeten alle Nederlandse studenten die dat willen in het buitenland kunnen studeren, zij moeten niet worden weerhouden door financiële obstakels. Verder is het ISO een voorstander van virtuele mobiliteit, zolang deze geen definitieve vervanger is van een fysieke exchange. Met betrekking tot Europese wetgeving over het hoger onderwijs, is het van belang dat het zich onder andere richt op de samenwerking tussen Europese onderwijsinstellingen, het stijgen van het aantal beschikbare beurzen en de automatische herkenning van studiepunten en diploma’s binnen Europa.