Standpunten:

Talentontwikkeling

Talentontwikkeling kan vele vormen aannemen en voor elke student iets anders betekenen. Belangrijk is dat de student centraal staat in het vormgeven van diens onderwijsprogramma. Dit is essentieel om het onderwijs voor iedereen toegankelijk te houden en om ervoor te zorgen dat de student het best tot diens recht komt. De studietijd moet niet gezien worden in termen van rendement, waarin studenten zo snel mogelijk door hun studie worden geloodst, maar moet gericht zijn op de ontwikkeling van elke individuele student.  

Studenten moeten in hun studietijd de mogelijkheid hebben hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Dit is niet alleen goed voor de student zelf: talentontwikkeling komt ook ten goede aan de maatschappij. Het is daarom in het belang van het gehele veld om studenten zich optimaal te laten ontwikkelen, binnen én buiten het curriculum. Het is nodig dat studenten ruimte krijgen voor wat zij buiten de grenzen van het curriculum doen: bijvoorbeeld een bestuurs-of raadsjaar, het starten van een eigen onderneming of het verrichten van maatschappelijk werk. Daarentegen mogen studenten niet het gevoel krijgen dat hun diploma alleen niet genoeg is voor succes op de arbeidsmarkt en dat van hen wordt verwacht dat zij extra-curriculaire activiteiten ondernemen.  

Het profileringsfonds is belangrijk voor het geven van deze ruimte: hier hebben onderwijsinstellingen de verplichting om, onder bepaalde voorwaarden, financiële steun te geven aan studenten die belemmerd worden in hun studievoortgang. Het ISO pleit ervoor dat het profileringsfonds goed verdeeld blijft worden en voor iedere student toereikend is, ook in het geval van stijgende studentenaantallen. 

De afgelopen jaren neemt de druk op studenten om sneller hun studie af te ronden toe, waardoor de ruimte voor extra-curriculaire activiteiten afneemt. In 2019 publiceerde de Nationale Jeugdraad (NJR) een onderzoek over studentenbesturen. Uit dit onderzoek blijkt dat de toegankelijkheid van het besturen onder druk staat. Het mag niet zo zijn dat bestuursjaren en andere extra-curriculaire activiteiten slechts voor een selecte groep studenten mogelijk is. Het ISO zet zich in voor de toegankelijkheid van besturen en pleit ervoor dat er bij de toelating voor dergelijke programma’s niet enkel wordt gekeken naar het gemiddelde cijfer van de student. Om studenten uit alle sociaaleconomische groepen de mogelijkheid te bieden een bestuursjaar te doen zet het ISO zich samen met de Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV) in voor collegegeldvrij besturen. 

Ook het intellectueel eigendom van studenten is een belangrijk onderwerp. Vaak is het onduidelijk wat de rechten van studenten zijn ten opzichte van hun instelling. Het ISO zet zich in samenwerking met Dutch Students for Entrepreneurship in voor het goed regelen van intellectueel eigendom voor student-ondernemers op Nederlandse hogescholen en universiteiten. Studenten moeten eigenaar blijven van hun eigen ideeën. Afspraken tussen instellingen en studenten hierover horen eenduidig en transparant te zijn.