Standpunten:

Toegankelijkheid, aansluiting en doorstroom

Algemeen

Het ISO pleit al jaar en dag voor toegankelijk onderwijs waarin iedereen gelijke kansen heeft. Het uitgangspunt is hierbij: gelijke kansen door het verschil te maken. Drie verschillende fasen zijn belangrijk als het gaat om toegankelijkheid en kansengelijkheid in het hoger onderwijs; toelating, aansluiting en doorstroom. 

Toelating

Bij toelating op het hoger onderwijs draait het voor het ISO om (aankomend) studenten die een plek willen bemachtigen bij een opleiding in het hoger onderwijs. Zij moeten de kans hebben de opleiding te gaan volgen die zij willen volgen. Ze moeten hierin goed worden bijgestaan om de juiste keuze te maken en niet tegen onnodige barrières aanlopen. Selectie en aanvullende toelatingseisen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Als een opleiding toch aanvullende toelatingseisen stelt of selecteert, dan moet dit duidelijk gecommuniceerd en beargumenteerd worden. Ook de gekozen aanvullende eisen of selectiecriteria moeten goed, en wetenschappelijk, kunnen worden onderbouwd. Bij de toelating moet bovendien rekening gehouden worden met de achtergrond en situatie van de (aankomend) student. Het onderwijs heeft baat bij diversiteit en iedereen moet gelijke kansen hebben op toelating aan een opleiding. Ook toelating is maatwerk! 

Aansluiting

De verschillende onderwijsvormen moeten zo goed mogelijk op elkaar aansluiten. Waar dit niet het geval is moeten studenten goed begeleid worden. Het gaat bij het kijken naar goede aansluiting niet alleen om rendementen. Het ISO ziet studentsucces breder en anders dan rendement. Volgens het ISO is studentsucces het succes dat een student ervaart op het gebied van persoonlijke ontwikkeling en zelfontplooiing, door de ruimte voor ontwikkeling die geboden wordt. Studentsucces kan dus voor verschillende studenten verschillende betekenissen hebben. Studentsucces betekent voor iedere student ook iets anders, variërend van het halen van een diploma zonder gebonden te zijn aan tijdsdruk, tot het opdoen van nieuwe professionele ervaringen die de student later in zijn toekomst ten goede komen. 

Belangrijk in de fase van aansluiting is het bindend studieadvies (BSA). Volgens het ISO draagt het BSA bij aan een hoge prestatiedruk onder studenten. Tevens blijkt het de praktijk dat de verwijzende functie van het BSA niet werkt. Een groot deel van de studenten met een negatief BSA schrijf zich namelijk vervolgens in bij dezelfde opleiding aan een andere onderwijsinstelling. Bovendien ziet het ISO de trend dat het BSA wordt gebruikt als een manier om te selecteren ‘na de poort’. Daarom pleit het ISO voor het niet-bindend maken van het studieadvies en een verbetering van de studiebegeleiding van studenten die het BSA niet dreigen te halen. 

Doorstroom

Niet iedere student komt direct op de juiste plek en op het juiste opleidingsniveau terecht. Dit is natuurlijk volkomen logisch; niet iedereen ontwikkelt zich even snel en het is bovendien ontzettend lastig om op jonge leeftijd al in te kunnen schatten wat je leuk vindt en waar je goed in bent. Gelukkig biedt ons onderwijssysteem de mogelijkheid om te schakelen en door te stromen. Helaas wordt dit studenten de afgelopen jaren steeds moeilijker gemaakt. Enerzijds door financiële druk, anderzijds door toegenomen aanvullende toelatingseisen en het vereiste karakter van schakelprogramma’s. Uiteraard is het belangrijk dat studenten voldoende uitgerust en met voldoende kennis aan een opleiding beginnen, maar het onderwijs moet ook de ruimte bieden om zonder al te veel vertraging of oplopende schulden een ander pad te kiezen. Het ISO vindt het bieden van goede doorstroommogelijkheden daarom erg belangrijk. 

Actualiteit

Het afgelopen decennium zijn er meerdere beleidsmaatregelen genomen in het hoger onderwijs met een (in)direct negatief effect op de toegankelijkheid, aansluiting en doorstroom. Allereerst is in 2012/2013 is de harde knip ingevoerdeen student moet nu eerst zijn bachelor volledig hebben afgerond voor aan een master begonnen kan worden. Daarnaast zijn er met de Wet KiV verschillende zaken veranderd; het automatische toelatingsrecht dat een hbo-propedeuse tot de wo-bachelor gaf is vervallen, het automatische toelatingsrecht voor de doorstroommaster is afgeschaft (wat leidt tot meer selectiemogelijkheden in de master), nadere vooropleidingseisen in het hbo voor mbo-doorstromers zijn mogelijk geworden en de basisbeurs is afgeschaft. Bovendien heeft verregaande internationalisering mogelijke consequenties voor de toegankelijkheid van het onderwijs en heeft de wet KiV selectiemogelijkheden bij masteropleidingen vergrootDat wordt bevestigd in het rapport ‘De staat van het onderwijs 2019’, waaruit blijkt dat selectie bij masteropleidingen toeneemt. Ook blijkt daaruit dat veel opleidingen zeggen niet te selecteren, maar wel aanvullende eisen stellen, vooral aan hbo-studenten en buitenlandse studenten (bijvoorbeeld een motivatie of een minimaal Grade Point Average (GPA)). Het ISO pleit voor betere voorlichting en onderbouwing van selectiemethoden, zodat studenten beter weten waar ze aan toe zijn. Daarnaast blijkt uit het rapport dat de doorstroom van mbo-4 naar hbo-bachelor en hbo-bachelor naar wo-master afneemt, in het bijzonder voor studenten met een niet-westerse migratieachtergrond. Ook blijkt dat de doorstroom van mbo-studenten en vwo- scholieren met hoogopgeleide ouders hoger is dan die van mbo-studenten en vwo- scholieren met laagopgeleide ouders (volgens de in- en doorstroommonitor)Het is kortom de hoogste tijd hier iets aan te veranderen. 

Corona

Het coronavirus heeft een grote impact op het hoger onderwijs. Hierbij bespreken we de belangrijkste gevolgen voor de toelating, aansluiting en doorstroom.  

Op 19 maart kondigde minister van Engelshoven aan dat het bindend studieadvies (bsa) werd uitgesteld. Universiteiten en hogescholen geven eerstejaarsstudenten die door de coronamaatregelen studievertraging oplopen en als gevolg daarvan de norm van het bindend studieadvies (bsa) in het studiejaar 2019-2020 niet halen, de mogelijkheid de bsa-norm te halen in het volgend studiejaar.  Zij kunnen dit op verschillende manieren vormgeven. Universiteiten en hogescholen hebben de mogelijkheid om het bsa voor alle eerstejaarsstudenten generiek uit te stellen naar het tweede jaar. Zij kunnen er ook voor kiezen nadere richtlijnen vast te stellen die voor studenten duidelijk maken wanneer zij voor uitstel van het bsa in aanmerking komen. Zo zijn er instellingen die verwachten dat de student de propedeuse zal halen in het tweede jaar.  

Een andere belangrijke maatregel is het tijdelijke verdwijnen van de harde knip. Het is mogelijk dat een student door de corona crisis vertraging heeft opgelopen en de vooropleiding niet kan afronden voordat hij of zij start met de vervolgopleidingDit geldt bijvoorbeeld voor studenten die vanuit het mbo naar het hbo, van een hbo-propedeuse naar een wo-bachelor, van een hbo-bachelor naar een wo-master of van een wo-bachelor naar een wo-master willen doorstromenVoor deze studenten geldt dat zij voor 1 januari 2021 de vooropleiding moeten afronden. De vooropleiding moet een voor 1 augustus 2020 een afrondingsadvies aanleveren. De vervolgopleiding beoordeelt of de desbetreffende student voorwaardelijk toelaatbaar is op basis van het afrondingsadvies