Hbo-studenten die doorstromen naar een wo-master krijgen géén basisbeurs. Vorig jaar bevestigde
de rechter dit in een zaak van een hbo-studente die dat onrechtvaardig vond. Een hbo-master wordt wél gezien als vervolg op het hbo, maar een wo-master niet. Formeel mag dit, maar het systeem is oneerlijk en ontmoedigt juist de studenten die verder willen leren en die Nederland hard nodig heeft. Wij zeggen daarom tegen de politiek: stop met deze ongelijke behandeling. Strooi geen zand in de banenmotor van dit land.
De rechter noemde het systeem ‘misschien onvolmaakt, maar niet onwettig’; alleen de politiek kan dit veranderen. De uitspraak voelt als een koude douche voor veel studenten. Dat je geen basisbeurs krijgt is nog niet eens de enige horde waar deze studenten tegen aanlopen. Uit onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs blijkt dat bijna 25% van de universitaire masteropleidingen nog altijd niet toegankelijk is voor hbo studenten, ondanks het wettelijke recht daartoe.
Het systeem is niet alleen onrechtvaardig maar leidt ook nog eens tot onaangename verrassingen. Steeds vaker horen wij verhalen van studenten die niet op de hoogte waren van het feit dat ze na een hbo-bachelor geen basisbeurs zouden krijgen voor een wo-master. Dit laat niet alleen zien dat de huidige regeling heel onlogisch is, maar creëert voor veel studenten ook nog een onverwachte, vervelende financiële situatie. Het gelijktrekken van de vergoeding maakt de regel logischer, minder onduidelijk en zorgt voor minder onverwachte financiële tegenslagen.
Ook als studenten zich er wél van bewust zijn, werpt het ontbreken van studiefinanciering bij doorstroming van de hbo-bachelor naar de wo-master een enorme drempel op voor studenten die verder willen leren en zich ontwikkelen, soms de eerste generatie in hun familie die studeert. Deze feitelijke uitsluiting van hbo’ers gaat ten koste van de kansen voor hbo studenten om überhaupt een masteropleiding te doen. Er is dikwijls namelijk geen alternatief. De mogelijkheden voor hogescholen om altijd zelf passende vervolgopleidingen op masterniveau voor hun studenten aan te bieden, zijn nog volop in ontwikkeling. Des te belangrijk dat dit de kans krijgt om verder tot bloei te komen. Deze aftopping van ontwikkelingsmogelijkheden in het hbo is ook nadelig voor de aantrekkelijkheid van het beroepsonderwijs.
Deze beperkingen en hindernissen voor hbo-studenten staan op gespannen voet met een kernwaarde van ons onderwijsstelsel: kansengelijkheid. Hoewel Nederland zich inmiddels rond het Europese gemiddelde bevindt qua percentage van de beroepsbevolking met een masteropleiding, blijft de nodige groei achter en wordt het beschikbare talent onvoldoende benut. Meer is er nodig voor de ambities van Nederland om zijn positie als toonaangevend kennisland te versterken. En die ambities zijn zeer terecht in een tijd waarin de beroepspraktijk ook in ons land steeds complexer wordt en de arbeidsmarkt bijvoorbeeld op het vlak van techniek en high tech staat te springen om professioneel talent op masterniveau. Het is dus ook om die reden maatschappelijk
onwenselijk, gezien ook het rapport-Wennink.
Het is de hoogste tijd voor een eerlijk speelveld voor alle studenten. Want met een rechtvaardig en
toegankelijk onderwijssysteem kunnen we de arbeidsmarkt van de toekomst voorzien van voldoende
professioneel talent.
Sarah Evink, voorzitter Interstedelijk Studenten Overleg (ISO)
Maurice Limmen, voorzitter Vereniging Hogescholen